DNB-pandSpeech van DNB-directeur Frank Elderson op het DNB-seminar voor trustkantoren 24 mei 2016 te Bussum
Dames en heren,
Welkom op dit seminar.
Ik wil vandaag spreken over het belang van “integriteit als kernwaarde”. Over het belang van “voorkoming en bestrijding van fraude, witwassen en terrorisme financiering.”
Ik wil vandaag spreken over “het bewustzijn van uw maatschappelijke functie”. Over dat “de ethisch maatschappelijke normen zoals die gelden in nationale en internationale context hierbij leidend zijn”. Over dat “men zich naar de letter én de geest van de wet zal gedragen”.
Ik wil vandaag spreken over dat “men zich in zijn doen en laten niet moet laten beïnvloeden door oneigenlijke zaken”. Over dat “maatschappelijk verantwoord handelen voorop staat”. Over “het aanspreekbaar zijn op dit handelen”.
Ik wil vandaag spreken over uw “verantwoordelijkheid om het gat te dichten tussen de toezichtrechtelijke regels en de maatschappelijke eisen”. Over de wens “aansluiting te zoeken bij de ontwikkelingen in de maatschappij”. Over de wens “een actieve rol te spelen bij het verder verbeteren van het functioneren van de sector en het vergroten van het maatschappelijk draagvlak”.
Deze woorden zijn helder. Deze woorden draaien er niet omheen. Deze woorden vatten de koe bij de horens. Hier is geen woord Spaans bij. Ik juich deze woorden van harte toe. Deze woorden deugen.
Van wie zijn deze woorden?
Dit zijn géén woorden van De Nederlandsche Bank. Het zijn géén woorden uit de wet. Het zijn géén woorden uit de Regeling integere bedrijfsvoering of de toelichting daarbij.
Dit zijn alle letterlijke citaten van de website van Holland Quaestor. Dit is de gezamenlijke visie van de 43 trustgroepen die momenteel lid zijn van deze belangenvereniging van Nederlandse trustkantoren. Deze 43 trustgroepen representeren gezamenlijk ruim 80% van het ‘business volume’ binnen de sector. Dit zijn hun kernwaarden. Dit is de lat die zij voor zichzelf hebben geformuleerd.
De niet-leden van Holland Quaestor zouden kunnen tegenwerpen: “dat moge zo zijn, maar dit zijn niet ónze kernwaarden”. Tot hen zeg ik: het kost geen moeite in de geldende regelgeving begrippen te vinden met dezelfde betekenis en een vergelijkbare lading. Men leze de Wet toezicht trustkantoren erop na. De huidige. En de nieuwe. En men raadplege de Regeling integere bedrijfsvoering.
Maar veel liever sluit ik aan bij woorden en begrippen die rechtstreeks voortkomen uit eigen initiatief binnen uw sector. Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat er trustkantoren in Nederland zouden zijn, dat er bestuurders in deze zaal zouden zijn, die, ook al zouden zij geen lid zijn van Holland Quaestor, de genoemde kernbegrippen en kernwaarden niet zouden omarmen.
“Ethische normen zijn leidend”. “De letter én de geest van de wet”. “Maatschappelijk verantwoord handelen staat voorop”. “Aanspreekbaar zijn op dit handelen.”
Úw woorden. Terechte woorden.
En Holland Quaestor gaat nog verder. Inmiddels heeft zij een Keurmerk in het leven geroepen. Dit Keurmerk kan worden verleend door de Stichting Assured Quality & Trustworthy Organisations. Deze Stichting heeft een document gepubliceerd met als titel Keurmerk Criteria Holland Quaestor.
Deze Keurmerk Criteria, ik citeer, “hebben een bredere scope dan alleen de wetgeving. Wetgeving … is in haar bereik te beperkt of ondersteunt onvoldoende het vertrouwen van de maatschappij in de trustsector”. De Keurmerk Criteria spreken dan ook van “de minimale toezichtrechtelijke regels”. Deze toezichtregels vormen de basis van “Het Huis van het Keurmerk”. Daar bovenop, ik benadruk, dus bovenop de eisen van de wet en de toezichthouder, komen de eisen die worden gesteld door cliënten (met als kernbegrippen “professionaliteit”, “deskundigheid” en “betrouwbaarheid”) en de eisen die worden gesteld door de maatschappij (met als kernbegrippen “duurzaamheid”, “cultuur” en “onafhankelijkheid”). Het dak van “Het Huis van het Keurmerk” wordt gevormd door “de toon aan de top” en “de rode draad die alle onderdelen van het huis verbindt is integriteit”. Een huis dat staat als een huis.
Het Keurmerk hanteert nadere criteria voor die toon aan de top. “Het is essentieel dat gedrag en cultuur worden geadresseerd.” “Bij gedrag en cultuur dient de nadruk dient te liggen op ethisch handelen”. Kernbegrippen hierbij zijn: “helderheid, voorbeeldgedrag, uitvoerbaarheid, betrokkenheid, transparantie, bespreekbaarheid en handhaving”. “De directie van een trustkantoor geeft richting aan medewerkers bij het bespreken van ethische kwesties.” “Het is van belang dat het bestuur zelfreflectie borgt met betrekking tot haar eigen functioneren.”
“Ethisch handelen.” “Voorbeeldgedrag.” “Transparantie.” “Zelfreflectie.”
Ook dit zijn woorden die voortkomen uit úw sector, dit is úw lat. Het Keurmerk is het product van eigen initiatief. Ik complimenteer u hiermee.
Als de sector er in slaagt met één mond te spreken, en daarbij déze woorden bezigt, als de sector niet alleen op deze wijze spréékt, maar ook op deze wijze handelt, dan kan de toezichthouder zich op andere zaken gaan richten. Ik zie uit naar de dag dat wij niet meer hoeven om te zien naar kantoren met een Keurmerk. Dat een bezoek aan een kantoor met een Keurmerk een onverantwoorde verspilling van schaarse toezichtscapaciteit zal zijn. Ik zie uit naar de dag dat alle kantoren over een Keurmerk beschikken en daarnaar handelen.
Maar zover is het nog niet. Zover is het, als u mij toestaat, nog lang niet.
Ten eerste spreekt u niet met één mond. En ten tweede stroken uw daden te vaak niet met uw woorden.
U spreekt niet met één mond.
Om te beginnen kent uw sector in vergelijking met andere sectoren een lage – en dalende – organisatiegraad. Bij Holland Quaestor zijn op dit moment 43 trustgroepen aangesloten. Op 1 januari 2015 waren dit er nog 56. Er zijn in totaal 156 trustgroepen. Dit betekent dat de meeste kantoren geen lid zijn van de koepelorganisatie. Dit is de eerste uitdaging. Van de groepen die wel lid zijn van Holland Quaestor is inmiddels aan 21 een Keurmerk verleend. Dit betekent dat er momenteel nog 22 leden zijn zonder Keurmerk.
Maar belangrijker nog dan een lage organisatiegraad en een gebrek aan een eenduidige boodschap, is een discrepantie tussen woord en daad.
In 2015 hebben wij 24 formele maatregelen moeten opleggen. Drie aanwijzingen. Zes lasten onder dwangsom. Twee doorhalingen uit het register. Eén aangifte bij het Openbaar Ministerie. En twaalf boetes. Dit zijn drie aanwijzingen, zes lasten onder dwangsom, twee doorhalingen uit het register, één aangifte bij het Openbaar Ministerie en twaalf boetes teveel.
En realiseert u zich hierbij dat wij jaarlijks slechts bij een relatief beperkt aantal van de 259 vergunninghoudende trustkantoren onderzoek kunnen doen. En toch: 24 formele maatregelen.
De goeden niet te na gesproken. Laatst kwamen onze toezichthouders ronduit enthousiast terug van een onderzoek. Het betrof een kantoor waar al geruime tijd problemen mee waren. Na een aantal onderzoeken en interventies verzocht men ons nog één keer langs te komen. Men verzekerde ons dat “het nu écht op orde was”. Wij langs. De dossiers om door een ringetje te halen, de portefeuille volledig opgeschoond, de medewerkers zeer ter zake kundig. De bestuursleden voerden integriteit hoog in het vaandel.
De goeden niet te na gesproken.
Maar wij zien nog steeds te vaak dat cliënten die bij het ene kantoor de deur worden gewezen, bij het volgende kantoor worden verwelkomd. Wij zien nog steeds te vaak dat kantoren pas in actie komen nadat wij een onderzoek hebben aangekondigd, of nadat wij een maatregel hebben getroffen. Wij zien nog steeds te vaak dat als we dan na enige tijd weer onderzoek doen bij die kantoren, de tijd en soms zelfs de dossiers lijken te hebben stilgestaan.
In 2016 zitten er al weer ruim tien formele maatregelen in de pijplijn.
Wat mij verder in het bijzonder verontrust, is dat wij op dit moment grote zorgen hebben bij tenminste vier van de kantoren waaraan inmiddels een Keurmerk is verleend. Mocht het zover komen dat wij ons genoodzaakt zouden zien formele maatregelen op te leggen aan een of meer kantoren met een Keurmerk, dan komt hiermee het “Huis van het Keurmerk” in een geheel ander daglicht te staan. Want dan zou het Keurmerk blijken te zijn verleend aan een kantoor dat zelfs de begane grond nog niet op orde had.
Ondanks dit alles zegt de voorzitter van Holland Quaestor in een interview in de NRC op 6 april 2016 ronduit: “Deze sector deugt, deze sector deugt volkomen.” De Nederlandse trustsector is “heel goed bezig”.
Dames en heren, u bent er nog niet. U bent er, als u mij toestaat, nog lang niet. De tijd dit onder ogen te zien is nu. Ontkenning is geen goede strategie.
Woorden die zonder betekenis blijven, zijn holle frasen. Woorden die niet overeenstemmen met de werkelijkheid doen meer kwaad dan goed. Het is noodzakelijk de daad bij het woord te voegen. Dit is een zaak van bestaansrecht. Van uw – vergeef mij deze Engelse term – “license to operate”.
Het gaat ergens over. Stelt u zich voor dat er een terroristische aanslag zou worden gepleegd. Stelt u zich voor dat uw kantoor enige vorm van betrokkenheid zou hebben gehad bij de financiering daarvan. Stelt u zich voor wat dat zou betekenen voor uw kantoor. Voor uw sector. Voor het maatschappelijk vertrouwen in uw sector.
Wij hebben het over de integriteit van de Nederlandse financiële sector. De Memorie van Toelichting van de momenteel in consultatie zijnde nieuwe Wet Toezicht Trustkantoren, spreekt zelfs van de integriteit van het Nederlandse rechtsstelsel.
Dit mogen abstracte begrippen zijn. Maar waar deze begrippen voor staan, is alles behalve abstract. We hebben het over hoe criminele geldstromen worden witgewassen. Hoe de onderwereld de bovenwereld infiltreert en haar tentakels uitstrekt naar de instituties en de rechtsorde van onze democratische, vrije samenleving. Wij hebben het over veiligheid die in gevaar komt als internationale sancties niet worden nageleefd. Wij hebben het over drugsgelden die worden witgewassen en totalitaire regimes die worden gesteund.
U bent poortwachter. U bewaakt de poorten van de stad. De veiligheid, de welvaart en het welzijn van de burgers van de stad staan en vallen met de hoogste standaard van uw taakopvatting en de hoogste kwaliteit van uw taakuitoefening. Zolang u er als poortwachter in slaagt criminelen en terroristen buiten de poorten van de stad te houden, zullen de burgers u met een gerust hart de sleutels van hun stad in handen geven. Verzaakt u uw plicht, laat u ongure types door die geweerd hadden moeten worden, dan zal men u die sleutels niet langer toevertrouwen. Men zal u uw rol van poortwachter niet langer gunnen. U zult uw maatschappelijke vergunning verliezen. En daarmee uw juridische vergunning. Uw taakopvatting en uw taakuitoefening zijn van levensbelang. Voor de burgers van de stad. En voor u.
Er is geen tijd te verliezen. Onlangs organiseerde de volksvertegenwoordiging een ronde tafel over uw sector. Er is een nieuwe Wet Toezicht trustkantoren in consultatie. Dit wetsvoorstel bevat een aanzienlijk aantal aanscherpingen. Op 18 mei reageerde het kabinet op de kamervragen naar aanleiding van de Panama-papers. Dit document bedraagt 47 pagina’s. Inmiddels bereidt men een miniparlementaire enquête voor. U staat midden in de maatschappelijke belangstelling. U staat in het oog van een maatschappelijke storm.
U zult zich hierbij dienen te realiseren dat de tijd voorbij is waarin het comfortabel schuilen was in de schaduw van de letter van de wet. Voor “het mag, want er staat nergens dat het niet mag” is geen ruimte meer. De tijd van “strict genomen is het niet verboden” ligt definitief achter ons.
In de woorden van de toelichting bij het wetsvoorstel: “De poortwachtersfunctie gaat … verder dan voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme. Het trustkantoor moet vaststellen dat geen sprake is van strijdigheid met een wettelijk voorschrift … maar ook dat het trustkantoor zich door deze dienstverlening niet schuldig maakt aan maatschappelijk onbetamelijk gedrag.”
“Maatschappelijk onbetamelijk gedrag”. Wat betekent dit? Dat is precies de vraag die u zich zult moeten stellen. Als individueel bestuurder, als kantoor en als sector. U zult hierbij uw oor te luisteren moeten leggen bij het maatschappelijk debat. U zult actief aan dit debat moeten deelnemen. Wat gisteren nog normaal was, doet vandaag de wenkbrauwen fronsen en is morgen mogelijk onacceptabel. Het is zaak hier pro-actief te zijn, eigen initiatief te nemen en niet achter de feiten aan te lopen.
Deze term, “maatschappelijke betamelijkheid” is niet nieuw. Zij komt ook voor in de Wet op het financieel toezicht en in de toelichting bij de nu reeds geldende Regeling Integere bedrijfsvoering Wtt 2014. De wetgever vult deze term niet verder in. Ook De Nederlandsche Bank zal niet optreden als ultieme arbiter van maatschappelijke betamelijkheid.
Zoals u zichzelf blijkens uw Keurmerk zeer goed realiseert, zult u zelf “aansluiting moeten zoeken bij de ontwikkelingen in de maatschappij”. Hierbij “dient de nadruk te liggen op ethisch handelen”. De rol van u als bestuurder is daarbij cruciaal. Ik citeer wederom uit uw eigen stukken: “De directie van een trustkantoor geeft richting aan medewerkers bij het bespreken van ethische kwesties.”
Moraliteit is niet facultatief. Ethiek geen elitaire hobby. Diepgaande dialoog over morele kwesties geen luxe.
Moraliteit is een must. Ethiek essentieel.
En hierbij is cruciaal, u zegt het zelf, “dat het bestuur zelfreflectie borgt met betrekking tot haar eigen functioneren”. En, een ander wezenlijk aspect, ook in uw eigen woorden: dat u “bij de uitoefening van uw werkzaamheden hoge eisen aan elkaar stelt”.
Dit is waartoe ik u oproep.
Rust niet op uw lauweren, maar kom in actie. Kruip niet in uw schulp, maar ga in dialoog.
Koester niet uw eigen gelijk, maar stel u kwetsbaar op. Kijk niet alleen naar uw eigen kantoor, maar spreek ook uw sectorgenoten aan. Ga niet met de rug naar de samenleving staan, maar doe ramen en deuren wijd open.
Voor wie zegt “de trustsector is halverwege. … we zijn een heel eind gekomen” zeg ik: halverwege is absoluut niet ver genoeg. U moet de héle weg afleggen. Dit is niet eenvoudig. Dit vereist doorzettingsvermogen. Dit vereist moed. Maar er is geen andere optie.
Er is slechts plaats voor een inherent integere sector. Een sector die integriteit als een rode draad in haar DNA incorporeert, een sector die van de top tot in haar haarvaten, van de meest ervaren rot tot de jongste medewerker één kompas heeft, een kompas dat onvoorwaardelijk staat afgesteld op integriteit.
Als u daartoe de handen ineen slaat, als u daartoe al uw kennis en krachten bundelt, als u werkelijk die daad bij het woord voegt, dan zult u een toekomst tegemoet gaan als een sector die fier en met recht de eretitel dragen mag waarmee zij zich van oudsher tooit: die van TRUST.
*