Beleggingsmix en rente-afdekking bepalend voor herstel pensioenfondsen

CI_tcm46-307063

De gemiddelde dekkingsgraad van pensioenfondsen is per saldo met 15% gestegen vanaf het begin in 2009 van de periode van herstelplannen. Daardoor is een kwart van de daling van de dekkingsgraad ten tijde van de kredietcrisis inmiddels goedgemaakt. Fondsen die veel belegden in aandelen en zich indekten tegen het risico van rentedaling zagen de grootste stijging.

Herstelplannen pensioenfondsen

Na het uitbreken van de financiële crisis moesten veel pensioenfondsen (circa 75% van de pensioensector) begin 2009 een herstelplan opstellen om hun dekkingsgraad binnen vijf jaren weer op peil te krijgen. Eind 2013 liepen deze herstelplannen af en was het tijd de balans op te maken.
Het herstel van de dekkingsgraad is vooral toe te schrijven aan de stijgende koersen van zakelijke waarden (aandelen). Maar omdat de rente verder daalde en de levensverwachting opliep bleef het herstel relatief beperkt. Al met al is circa een kwart van de oorspronkelijke daling van de dekkingsgraad sinds de kredietcrisis (2e helft 2007-eind 2008) weer goedgemaakt.

Ontwikkeling dekkingsgraad

De ontwikkelingen sinds de beginperiode van de kredietcrisis (2e helft 2007-eind 2008), dus in de vijfjaars herstelperiode van 2009 tot en met 2013, geven een illustratie van de belangrijkste determinanten van de dekkingsgraad: de rente en de aandelenkoersen. In hun beleggingsgedrag spelen de fondsen hier op in. Een derde determinant, de stijging van de levensverwachting, kunnen de fondsen vrijwel niet beheersen.
In figuur 1 is te zien is dat de aandelenkoersen in juni 2007 (begin van de grafiek) 80% hoger lagen dan eind 2008 en dat de rente ruim 20% hoger lag. De dekkingsgraadindex ligt hier tussenin, ruim 60% hoger dan de dekkingsgraad ultimo 2008. In de 5-jaarsperiode vanaf het moment van de herstelplannen is de aandelenindex weer teruggekeerd naar het niveau van voor de kredietcrisis, terwijl de rente nog verder is gedaald. De dekkingsgraadindex ligt hier weer tussenin.
Figuur 1: Verandering dekkingsgraad juni 2007 – december 2013

Verandering dekkingsgraad jun2007-dec2013
Deze figuur toont de relatie tussen de gemiddelde dekkingsgraadvan de fondsen in herstel en de rente- en aandelenindex. De aandelenindex is gebaseerd op MSCI (wereldwijde aandelen). De rente-index geeft de invloed van de rente op de waarde van de verplichtingen weer.Vertrekpunt is de uitgangspositie ten tijde van het opstellen van de herstelpannen (ultimo 2008): alle indexcijfers zijn daar op 100% gezet.
Uit de grafiek valt op te maken dat de aandelenkoersen en de rentestand belangrijke ‘drivers’ zijn van de dekkingsgraad. Verandering van aandelenkoersen werken gemiddeld voor 40% door in de dekkingsgraad omdat ongeveer 40% in aandelen wordt belegd. De verandering van de rente werkt globaal voor 50% door in de dekkingsgraad omdat fondsen gemiddeld de helft van het renterisico afdekken. Overigens zijn dit niet alle factoren die de dekkingsgraad bepalen. Zo speelt ook het rendement op andere beleggingen, zoals vastgoed en credits, een rol.

Verschillen in herstel van pensioenfondsen

De getoonde ontwikkeling van de dekkingsgraad in figuur 1 is het gemiddelde van 150 fondsen. Tussen de fondsen bestaan echter grote verschillen (zie figuur 2).
Figuur 2: Stijging dekkingsgraad tijdens herstelplan (2009-2013)

Stijging dekkingsgraad tijdens herstelplan (2009-2013)
De belangrijkste verklaringen voor de onderlinge verschillen in dekkingsgraadontwikkeling zijn:

  • Het gekozen rente-afdekkingsbeleid: het renterisico afdekken was gunstig in de onderzochte periode omdat de rente is gedaald.
  • De verdeling van de beleggingsportefeuille: een hoog percentage belegd in aandelen was gunstig in de onderzochte periode.
  • Bijdragen aan het fonds: Premiebetalingen en bijstortingen van de sponsor kunnen bijdragen aan het herstel.
  • Gevoeligheid voor de gestegen levensverwachting (groter voor fondsen met relatief veel jongere deelnemers).

De combinatie van al deze factoren bepaalt uiteindelijk de ontwikkeling van de dekkingsgraad en daarbij mede of het fonds noodmaatregelen (korten van rechten) heeft moeten toepassen. Een tegenvallende dekkingsgraadontwikkeling hoeft overigens niet te betekenen dat sprake is van slecht beleid. Door het nemen van risico’s kunnen op langere termijn hogere verwachte rendementen worden behaald die bijvoorbeeld kunnen worden aangewend voor indexatie. De keerzijde dat genomen risico’s achteraf slecht kunnen uitpakken, is daaraan echter inherent. De Nederlandsche Bank ziet erop toe dat de risico’s door de fondsen voldoende beheerst worden en dat de risico’s worden genomen in het belang van de deelnemers c.q. met wat met de deelnemers is afgesproken.