Datum25 maart 2015
ThemaPensioenen
Nieuw Financieel Toetsingskader

Vanwege de sterk gedaalde rente moeten veel pensioenfondsen deze zomer een herstelplan indienen. Anders dan in de vorige periode van herstelplannen leidt dit minder snel tot kortingen op pensioenen. Het nieuwe toezichtkader vangt schokken zoals een rentedaling namelijk geleidelijker op dan onder het oude kader het geval was. De nieuwe toezichtregels werken in dit opzicht symmetrisch: meevallers leiden ook minder snel tot verhogingen van pensioenen. De stabiliteit van het stelsel is met het nieuwe Financiële Toetsingskader daardoor vergroot. Toch is op termijn een fundamentele herziening van ons pensioenstelsel nodig om de toekomstbestendigheid van het stelsel te waarborgen.

Nieuwe ronde herstelplannen

Met de invoering van het nieuwe Financiële Toetsingskader voor pensioenfondsen (nFTK) begin dit jaar moeten pensioenfondsen met een tekort voor 1 juli een herstelplan bij toezichthouder DNB indienen. In dit plan onderbouwen pensioenfondsen hoe ze de beleidsdekkingsgraad (de gemiddelde dekkingsgraad over de afgelopen twaalf maanden) binnen maximaal twaalf jaar herstellen tot het niveau van het vereist eigen vermogen.

Pensioenfondsen mogen in dit eerste herstelplan met twee jaar extra hersteltijd rekenen. Voor 2015 is op grond van overgangsrecht de standaard hersteltermijn van maximaal tien jaar namelijk met twee jaar verlengd. Fondsen mogen ook een kortere hersteltermijn kiezen. Voor fondsen met een tekort in het eerste kwartaal van 2015 is het uitgangspunt van het herstelplan de financiële positie van de fondsen per 1 januari van dit jaar.

DNB verwacht dat ruim 160 pensioenfondsen vóór 1 juli een herstelplan indienen. Dit aantal kan overigens nog oplopen vanwege de gedaalde rente in de eerste maanden van dit jaar. Zo moeten fondsen die per het einde van het eerste kwartaal in tekort raken ook per 1 juli een herstelplan indienen.

Korten van pensioenen afhankelijk van financiële positie en herstelkracht

Er zijn verschillende manieren om te herstellen, zoals via herstelpremies of via het niet of minder indexeren. Een van de meest vergaande maatregelen in een herstelplan – met grote impact voor deelnemers – is een verlaging van de pensioenen. Of een dergelijke noodmaatregel nodig is, hangt af van de financiële positie én de herstelkracht van het pensioenfonds. Beneden een bepaalde dekkingsgraad – voor de meeste fondsen tussen 80 en 90 procent – zijn kortingen onvermijdelijk. Dit is de zogenaamde ‘kortingsgrens’.

Berekeningen laten zien dat bijna alle fondsen die per de start van dit jaar een tekort hadden zich boven hun fondsspecifieke kortingsgrens bevonden. Dit betekent dat zij op dit moment geen kortingen hoeven op te nemen in hun herstelplan. Bij deze berekeningen is aangenomen dat deze fondsen kiezen voor de volledige hersteltermijn, met het maximaal toegestane rendement rekenen en gedurende het herstel niet indexeren. Het is denkbaar dat pensioenfondsen in de praktijk eerder tot kortingen overgaan. Bijvoorbeeld wanneer zij vinden dat anders de rekening van het tekort te ver vooruit schuift en sprake is van een onevenwichtige belangenafweging. Uiteraard moet dit passen binnen het wettelijk kader waarbij korten een noodmaatregel blijft.

Pensioenfondsen mogen in hun herstelplan met (aan wettelijke maxima gebonden) verwachte rendementen rekenen. Of deze rendementen daadwerkelijk worden gehaald is echter onzeker. Als het herstel niet optreedt en een pensioenfonds heeft vijf jaar achtereen een beleidsdekkingsgraad lager dan het minimaal vereist eigen vermogen van circa 105 procent, dan zijn kortingen nodig. Deze wettelijke eis is mede in het licht van Europese regelgeving gesteld. Overigens mag een pensioenfonds ook dan deze kortingen weer spreiden over een hersteltermijn van maximaal tien jaar. Het nieuwe toezichtkader vangt op die manier schokken geleidelijker op. Dit geldt overigens ook voor positieve schokken. Meevallers leiden minder snel tot verhogingen van pensioenen.

Effect op premie

Een lage rente heeft zijn uitwerking op alle onderdelen van de financiële opzet van een pensioenfonds. In welke mate het de financiële positie raakt is mede afhankelijk van de mate waarin pensioenfondsen het renterisico afdekken. Daarnaast heeft een lage rente in principe een opwaarts effect op de premies. Daarbij geldt wel dat de premies voor 2015 al zijn vastgesteld en de recent verder gedaalde rente daar dus geen invloed op heeft. Voor de jaren vanaf 2016 kan het wel een effect hebben, al biedt het nFTK ook mogelijkheden voor stabilisering van de premies.

Fundamentele revisie nodig

Het directe effect van de lage rente in termen van mogelijke kortingen en premies is op dit moment beperkt. Dit neemt niet weg dat als de rente langdurig laag blijft dit uiteindelijk zijn invloed heeft op de pensioenen. Samen met andere ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de meer dynamische arbeidsmarkt, vereist een langdurig lage rente een fundamentele herziening van het pensioenstelsel. Met als doel te komen tot een duurzaam pensioenstelsel.