Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Dat is menselijk. Inherent aan werken is dat we fouten maken. Dat is altijd zo geweest en zal nooit anders worden. In het systeem denken van onze overheid is dat echter uitgesloten. Als de burger een fout maakt, wordt ie aangepakt, opgepakt, geroosterd.

Maar wat als het systeem verkeerde dingen doet? Wat als de overheid een administratieve fout maakt? Dan kom je in een oerwoud van weerstand terecht. Dan wordt strak de hand gehouden aan regels. En jij wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Een goed voorbeeld? Neem nou onze Minister President. Hij is haast een toonbeeld van gladheid. Als een meesterlijk politicus (want dat is hij natuurlijk) houdt hij alle lastige vragen af . Hij zorgt tegelijkertijd dat hij zijn achterban tevreden houdt. Maar wat als zijn opmerking nou eigenlijk fout is? Wat als iedereen vindt dat hij zo’n opmerking nooit had mogen maken? We hebben het hier over de opmerking richting de Zaanse treitervlogger, die door onze Minister President is betiteld als Tuig Van De Richel. Trouwens een heel oud gezegde, dat waarschijnlijk niet vaak meer gebruikt wordt…

Maar goed, iedereen (nou ja, alle andere politici dan) vindt dat het maken van zo’n opmerking fout is. Maar wat gebeurt er nu? Als u of ik zo’n fout maakt, worden we dus aangepakt, geroosterd. Maar niet de Minister President. Op hem wordt gemopperd door de andere politici (nou ja, ook weer niet allemaal) en daarmee is de kous af.

De basis is controle

Wat moeten wij hier nou mee? Eens even analyseren wat het verschil is tussen u en ik en de politicus.  De overheid houdt zijn burgers onder controle. Oftewel, de politici maken wetten waaraan de burgers zich hebben te houden. Eén keer per 4 jaar proberen de politici die burgers te paaien. Dan heb je ze nodig als stemvee. Daarna zijn ze niet meer belangrijk. Je houdt ze dus weer onder controle door er op te letten of ze fouten maken. Die kun je dan namelijk met hulp van de wetten afstraffen. Politiek bedrijven is balanceren op een dun touw. Het is het touw van de macht. Luisteren naar wat de burger wil doe je natuurlijk als politicus wel. Maar je moet tussen die wensen door laveren zonder de macht te verliezen. Want macht is de basis voor status, invloed, ego en geld.

Dus moet je straf geven als een burger een fout maakt. En je moet zeker geen uitvoerende verantwoordelijkheden geven (macht overdragen) aan lagere ambtenaren. Want die zijn beïnvloedbaar door de burgers. Je stelt dus als macht hebbend politicus een systeem in. Dat systeem behoudt de controle. Het zorgt dat het niet handelt inzake mensen maar inzake regels. En als je dat dan – als argeloos burger – zo leest en ontdekt, dan komt onwillekeurig de vraag naar boven: “Waarin verschilt het oude communisme met het huidige kapitalisme?”

Het antwoord laten we nu maar even buiten beschouwing. Liever stellen we de vraag die op iedere politie-auto van Nederland te vinden is: Dienstbaar en Waakzaam. “Wanneer gaat de overheid zich gedragen als dienstbaar aan de samenleving en verdwijnt het egoisme?”

Dit egoïsme is niet iets van de laatste tijd, hoewel het lijkt alsof het door de toegenomen welvaart uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw daar is ontstaan. Het is veel ouder. De Amerikaanse historica Barbara W. Tuchman schrijft in haar boek over de Amerikaanse vrijheidsstrijd en de sterke banden die de Amerikanen hebben met Nederland (welk land in die periode een voorbeeld is geweest voor de Amerikanen) dat het Calvinisme (de overheersende geloofsstroming in Nederland sinds de 16e eeuw die daarna een groot stempel drukte op de Nederlandse cultuur) “een sterke nadruk legt op individuele rechten” (uitgeverij Fibula, 1988, pagina 48). Ziedaar de wortel van het staatsegoïsme in Nederland. Het is altijd een groot goed geweest ten tijde van de stichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de daarop volgende economische en culturele bloei in de Gouden Eeuw. Maar het is nog steeds van grote invloed op het doen en laten van de Nederlanders, die geen fouten mogen maken. Tenzij ze macht hebben….

(Willem Sikkema)