Efficiency is een prachtige term. Onze natuur is heel erg efficiënt en weet zich als geen ander aan te passen. De mensheid haalt zijn ideeën uit de natuur om ons heen.

Een van die ideeën is efficiency, als onderdeel van onze economie. We structureren processen. We schakelen menselijke arbeid zo veel mogelijk uit. Alles ten dienste van de efficiency. Resultaat van deze activiteiten is dat een kleine groep goed opgeleid slimme mensen het kapitaal naar zich toe trekt en er een twee-deling van de economie ontstaat.

De arme “have not’s” moeten worden bediend door onze overheids instanties en semi overheids organisaties, wat leidt tot enorme in-efficiënte organisaties die deze mensen begeleiden, in de gaten houden en een steeds grotere chaos over zich heen krijgen.

Zolang politici het werkelijke probleem niet willen aanpakken en zij hun ego laten voeden, meewerken aan bonus praktijken, zelfverrijking van bestuurders en alleen voor het oog van de wereld hun verontwaardiging uitspreken zal er weinig veranderen.

Toch zijn er steeds meer mensen die zich verzetten tegen de excessen van onze Maatschappij. Geld verdienen is niet vies, maar zoveel geld verdienen, dat je niet weet wat je er mee moet doen is laakbaar.

De armoede in de wereld wordt op deze manier in stand gehouden. Denken dat het niet veranderd kan worden, is het begin van het einde. In alle wereldrijken stond dit soort melagomie aan het begin van het einde.

Een antwoord geven is moeilijker dan de vraag stellen hoe het dan wel moet.  De juiste vraag stellen is een lastige, maar dat het niet efficiënt is, is zeker. Iedereen weet het en blijft er toch aan mee doen.

De banken zijn heel erg efficiënt zo efficiënt dat het kleine MKB geen geld meer krijgt en de waardecreatie alleen nog beschikbaar is voor de rijken. Als de mensen dit in de gaten krijgen is dat het begin van het einde van het systeem.